Rembrandt gebruikte zand en klei als grondering voor de Nachtwacht

Gronden van schilderijen

Schilderijen worden vrijwel altijd voorzien van een ondergrond, grond ook wel schildergrond genoemd. Deze grondering wordt aangebracht om te zorgen voor een glad oppervlak en voor een goede hechting van de ondergrond aan de drager (veelal linnen), maar ook van de hechting van de hierop aan te brengen schilderlagen van het uiteindelijke schilderij.

In Rembrandts tijd werd vaak een dubbele grondering gebruikt. De eerste (olieverf)laag bestond uit een roodbruin aardepigment. Na droging werd de laag met een puimsteen gladgewreven, waarna een tweede (olieverf)laag, een mengsel van loodwit en houtskool, een grijstint, werd opgebracht (afbeelding 1)

rembrandt 1

Op deze manier werd een rood-grijs getinte, relatief neutrale ondergrond verkregen die ‘matchte’ met alle nog aan te brengen kleuren van het eigenlijke schilderij. In feite een zogenaamde ‘intermediair kleur’, die een soepele overgang bewerkstelligde tussen vooral de lichte en donkere delen. Het in de 17e eeuw populaire chiaroscuro c.q. clair-obscur effect kon zo snel en efficiënt bereikt worden. Als gevolg van deze snelle werkwijze zijn nog vaak onbeschilderde stukjes grondlaag op schilderijen te zien.

Zand en klei voor het eerst ‘ontdekt’ op zelfportret van Rembrandt

In 1961 werd door de Staatsgalerie te Stuttgart voor veel geld een tot dusver onbekend zelfportret van Rembrandt (Afbeelding 2) uit een onbekende particuliere verzameling aangekocht.

Afb. 2 - Rembrandt, Zelfportret met baret, 1659, Staatsgalerie Stuttgart

Afb. 2 – Rembrandt, Zelfportret met baret, 1659, Staatsgalerie Stuttgart

Vrijwel de gehele kunstwereld beschouwde het schilderij niet als een door Rembrandt eigenhandig vervaardigd zelfportret. Onderzoek van de verflagen bracht, heel verrassend, het gebruik van a-kwarts c.q. alpha-silica (oftewel: gewoon zand) en klei in de gronderingslaag aan het licht. Dit type gronderingslaag was nog niet eerder op schilderijen aangetroffen. Meerdere vervolgonderzoeken wezen uit dat in de Nederlanden van de 17e eeuw, zand en klei als materiaal voor een gronderingslaag uitsluitend door Rembrandt en in Rembrandts werkplaats werd gebruikt. Door deze opzienbarende uitkomsten pleitte het Rembrandt Research Project voor een serieuze heroverweging van de mogelijke eigenhandigheid van het Stuttgarter zelfportret.

Zand en klei voor het eerst gebruikt op de Nachtwacht

Uit de uitgebreide vervolgonderzoeken kon tevens worden afgeleid dat Rembrandt het gebruik van één gronderingslaag van klei en zand voor het eerst toepaste voor de Nachtwacht (Afbeelding 3).

rembrandt 4

In Italië en Spanje was het gebruik van klei en zand wel bekend, maar in de Nederlanden van de 17e eeuw nooit toegepast. Mogelijk is Rembrandt hierover geïnformeerd door één van zijn leerlingen, of door een rondreizende kunstenaar. Een van de belangrijkste redenen waarom Rembrandt koos voor zand en klei is waarschijnlijk een economische.

De Nachtwacht was Rembrandts eerste (en enige) schuttersstuk. Schuttersstukken waren prestigieuze, groots opgezette figuurstukken. De oorspronkelijke Nachtwacht had een oppervlakte van ruim 20m² (420×500 cm). Rembrandt bouwde speciaal voor dit schilderij een overdekte schilderloods op de binnenplaats van zijn huis. Van Rembrandt is ook bekend dat hij kostenefficiënt werkte: weinig gebruik van duurdere pigmenten, beperkt kleurpalet en een directe, à la prima, zonder voor te schetsen, schilderwijze.

Door zand en klei te gebruiken als grondering voor de Nachtwacht bespaarde Rembrandt tijd en geld. Zand en klei zijn goedkope materialen en omdat Rembrandt maar één grondlaag behoefde aan te brengen in plaats van de gebruikelijke twee kon hij tevens een aanzienlijke tijdwinst boeken.

Hij paste dezelfde rivierklei toe die ook door pottenbakkers en bakstenenfabrikanten werd gebruikt. Interessant gegeven hierbij is dat pottenbakkers net als schilders lid waren van het St. Lucas gilde. Wellicht betrok hij de klei via hen? Zand (extra fijngemalen) werd toegevoegd om de kleisubstantie soepeler te maken, waardoor minder craquelé kon optreden. De combinatie zand en klei gaf ook de juiste licht gekleurde ondergrond om op te schilderen (waardoor het gebruik van het duurdere loodwit niet meer nodig was).

Door slechts gebruik te maken van één soepele gronderings-onderlaag van zand en klei kon het schilderij ook gemakkelijk (zonder te craqueleren) opgerold en vervoerd worden. De flexibiliteit van het ‘kwartsdoek’ bleek onveranderd soepel toen de Nachtwacht, in de Tweede wereldoorlog (na 300 jaar) zonder problemen kon worden opgerold om in veiligheid te worden gebracht.

Bronnen
1. Karin M. Groen, Earth Matters, Netherlands Technical Studies in Art, Volume 3, 2005, Uitgeverij Waanders b.v., Zwolle, 2005.
2. Karin M. Groen, Grounds in Rembrandt’s workshop and in paintings by his contemporaries,
A Corpus of Rembrandt Paintings IV, Springer BV, Dordrecht, 2005.
3. Christopher White en Quentin Buvelot, Rembrandt zelf, Het Mauritshuis en Uitgeverij Waanders, Zwolle, 1999.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s