Vermeers Gezicht op Delft en Van de Velde’s De Hut

Het Mauritshuis herbergt een aantal topstukken uit de Gouden Eeuw zoals het Meisje met de Parel van Vermeer, De anatomische les van Dr Nicolaes Tulp van Rembrandt en natuurlijk één van de grootste meesterwerken uit de 17de eeuw, Vermeers Gezicht op Delft.

Zeer waarschijnlijk gebruikte Vermeer Het Straatje, een van zijn andere beroemde werken, als voorstudie voor het Gezicht op Delft. Het zijn overigens de enige Vermeers die geen interieur uitbeelden. Het Gezicht op Delft (Afbeelding 1) was in het begin van de 19de eeuw in het bezit van de familie Kops in Haarlem. Het schilderij werd in 1822 geveild. Op deze veiling werden ook andere schilderijen ingebracht zoals Adriaen van de Velde’s De Hut (Afbeelding 2).

gezicht-op-delftAfbeelding 1. Gezicht op Delft, Johannes Vermeer, 1660-1661

 

sk-a-443Afbeelding 2. De Hut. Adriaen van der Velde, 1671

In de veilingcatalogus werd het Gezicht op Delft beschreven als zijnde het “kapitaalste en meestberoemde Schilderij van dezen Meester”. De toenmalige directeur van het Mauritshuis, was niet erg enthousiast over het doek. Hij adviseerde de Staat van aankoop af te zien en te kiezen voor andere schilderijen, waaronder Van de Velde’s De Hut. Het Gezicht op Delft werd uiteindelijk op dringend advies van de directeur van het Rijksmuseum te Amsterdam, door de Staat, met financiële steun van Koning Willem I, aangekocht.

Tot teleurstelling van het Rijksmuseum gelastte Willem I echter om het Gezicht op Delft in het Mauritshuis (in “Zijne Majesteits Cabinet”) te plaatsen. De Hut ging vervolgens naar het Rijksmuseum. Een mogelijke verklaring voor het besluit van de koning om Gezicht op Delft niet aan het Rijksmuseum te gunnen, maar over te brengen naar “zijn” Mauritshuis is wellicht het feit dat Vermeer het licht over de daken van de huizen naar Nieuwe Kerk leidt, de plek waar zich het familiegraf van de Oranjes bevindt, en deze volop in het licht badend weergeeft.

Overigens kon na grondige bestudering van het Gezicht op Delft de exacte datering worden bepaald, en wel op een vroege ochtend in de eerste helft van de maand mei in het jaar 1660 of 1661. In laatstgenoemde jaren was het carillon wegens renovatie omlaag getakeld. Daardoor kan men door de verticale spleten in de toren kijken, die normaal gevuld zijn met het carillon. De bepaling van de maand volgt uit de bomen die al volop groen zijn en anderzijds door de twee haringschepen die geheel rechts bij de werf klaargemaakt worden voor 1 juni, jaarlijks de wettelijke startdatum van de haringvangst. En het vroege uur is af te leiden uit de zonnestand in de maand mei.

Bronnen:
1. Ben Broos en Arthur K. Wheelock jr., Johannes Vermeer, Waanders Uitgevers, Zwolle, 1995.
2. Kees Kaldenbach, Museumgids Rembrandt, Vermeer, Van Gogh, Scriptio, Deventer, 2008.
3. Kees Kaldenbach, Het Gezicht op Delft van Johannes Vermeer, http://www.xs4all.nl/~kalden/verm/view/Vermeer_NL.html

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s